Even een kijkje nemen in Poppendamme

POPPENDAMME – Nu we weten dat oudste voorvader Aernout aan het einde van de zestiende eeuw in Poppendamme woonde, krijgt dit buurtschap in het hart van het eiland Walcheren een heel andere betekenis.

De plaats is nu vooral bekend van de Imkerij en de Natuur- en speelboerderij Hof Poppendamme. Bij de boerderij aan de Poppendamseweg 5 werden in de jaren zeventig de oude resten gevonden van het Huys te Poppendamme, een kasteelachtig gebouw dat diende als zomerblijf van de abten van Middelburg. Het is in de beeldenstorm verwoest. Alleen het jachthuis bleef nog bestaan tot de sloop in 1978.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Het huis te Poppendamme is gelegen in een Ambogt meede Poppendamme genaemd, toekomende de Heeren van Grypskerke. Het is geheel geruineert, en, met het Geflacht van dien naem, vergaen.” (Bron: Willem te Water, Het Hoog-Adelyk en Adelryk Zeelant (1761)).

Vanaf 1660 liet Johan Huyssen, heer van Vossemeer (1630-1667) het Hof te Poppendamme aanleggen op de vermeende plek van de adellijke hofstede. Het hof bleef enkele generaties in bezit van de familie Huyssen: eerst van zoon Johan Hiëronymus Huyssen, vervolgens van kleindochter Margarita Huyssen, echtgenoot van Johan van Mauregnault. Maar dat is allemaal ná Aernouts tijd. Hij overleed in 1620.

Gravure van Huys en Hof te Poppendamme, uit De Cronyk van Zeeland van Mattheus Smallegange (1696).

Het is wel opvallend dat Aernout van den Driessche in 1617 trouwde met Maeijken Jans, de weduwe van Willem Janssen Huijsse, die ook in Poppendamme woonde. Aernouts zonen Mattheus en Aernout trouwden elk een dochter van Willem en Maeijken, Stevelijntje en Susanna. Zodoende waren de families Van den Driessche en Huijsse door drie huwelijken aan elkaar verbonden. Zou Willem Janssen Huijsse nog familie zijn geweest van de bewoners van Hof Poppendamme?

Wapen van Poppendamme, uit: Willem te Water, Hoogadelyk en Adelryk Zeelant (1761)

Wapen van de heerlijkheid Poppendamme (Public domain via Wikimedia Commons)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geraadpleegde bronnen:
Martin van den Broeke, ‘Het Pryeel van Zeeland’ (Hilversum 2016) 97-99.
Jaco Simons, ‘Groei en krimp. De bewoningsgeschiedenis van Hof Ravestein’, in: De Wete, jrg. 42, nr. 4 (2013) 23-30.
Mattheus Smallegange, Cronyk van Zeeland (1696).
Willem te Water, Het Hoog-Adelyk en Adelryk Zeelant (1761).
West-Europese Adel, https://www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I135978.php

Advertenties

Wat heeft Rembrandt met Drusius te maken?

Rembrandt en zijn vrouw Saskia Uylenburgh, afgebeeld op het schilderij De verloren zoon in een herberg, ca. 1635

Het is Rembrandtjaar! Op 4 oktober 2019 is het 350 jaar geleden dat de Nachtwacht-schilder overleed. Door het tv-programma Six over Rembrandt werd ik erbij bepaald dat onze oudste wapenvoerder Johannes van den Driessche (Drusius) méér met Rembrandt te maken had dan je zou denken.

Franeker
Drusius was professor aan de Universiteit van Franeker. Die universiteit was er gekomen mede dankzij de inspanningen van Rombertus Uylenburgh, burgemeester van Leeuwarden, en de latere schoonvader van Rembrandt. De schilder trouwde in 1634 in Friesland met Rombertus’ dochter Saskia (1612-1642).

Aan de stok
Drusius overleed in 1616. Een jongere collega-professor, de Poolse theoloog Makowsky (Maccovius) sprak een lijkrede uit. Helaas is die tekst niet bewaard gebleven, omdat een ‘zeker iemand’ dit verhinderde. Deze ‘zeker iemand’ was Prof. Lubbertus die het regelmatig aan de stok had met Drusius en Maccovius. Tegen de achtergrond van de strijd tussen Arminianen en Gomaristen vond er een verhit debat plaats waarbij flink op de man werd gespeeld. Maccovius trouwde in 1626 met Antje Uylenburgh, een zus van Saskia en werd zo de zwager van Rembrandt.

Jan van den Driessche (Drusius) (1550-1616)

Jan Makowsky (Maccovius) (1588-1644)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schoonvader en zwager
Vóór zijn Franeker periode was Drusius professor in Leiden, de geboortestad van Rembrandt, maar toen was Rembrandt nog niet geboren, en hij was nog geen 10 jaar oud toen Drusius overleed. We kunnen dus concluderen dat Drusius en Rembrandt elkaar weliswaar nooit hebben ontmoet, maar dat Drusius wél bekend was met de schoonvader en met de zwager van Rembrandt.

Universiteit van Franeker

Portretten
Van alle professoren van de Universiteit van Franeker zijn geschilderde portretten bewaard gebleven. Op het portret van Drusius prijkt rechtsboven zijn familiewapen: in zilver, zes zwarte ronde gespen. Een verwantschap tussen hem en de familie Van den Driest is (nog?) niet aangetoond.

Kijk de aflevering van Hier zijn de Van Rossems terug, waarbij de broers en zus een bezoek brengen aan Franeker. Maarten van Rossem staat voor de portrettengalerij in Museum Martena.

 

 

Bronnen:
P.J. Blok, P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, deel 1 (1911) 753-757.
Ben Broos, Saskia, de vrouw van Rembrandt (Zwolle 2012).

Van den Driest vermeld in boek over Nederlandse baggeraars

Jan van den Driest in 1978 bij de bekendmaking van de fusie tussen Volker en Stevin (Foto: Leo van Velzen)

Vorige maand verscheen het boek Grondleggers: Het verhaal van de Nederlandse Baggeraars, van de hand van Joke Korteweg. Daarin beschrijft de maritiem historica de geschiedenis van deze oer-Hollandse sector.

Ook Drs. Jan van den Driest (1925-2002) komt voor in het boek. Hij werd in 1977 bestuursvoorzitter van de Adriaan Volker Groep, die het jaar daarop fuseerde met de Stevin Groep tot het beursgenoteerde bouw- en baggerbedrijf Koninklijke Volker Stevin. Van den Driest leidde die onderneming tot zijn vertrek eind 1980.

In 1999 nam Jan van den Driest het initiatief tot de oprichting van onze familiestichting. Hij was tevens de eerste voorzitter.

Een ander bedrijf dat prominent in het boek wordt besproken is baggermaatschappij Koninklijk Van Oord. Saillant detail is dat Jans oudste zoon, Carel van den Driest, twaalf jaar lang lid was van de Raad van Commissarissen van dat bedrijf, waarvan tien jaar als voorzitter. It’s All In The Family!

Het boek werd onder andere besproken in Trouw en op de website Geschiedenis-winkel. Via Google Books zijn enkele bladzijden te lezen.

 

Joke E. Korteweg
Grondleggers. Het verhaal van de Nederlandse Baggers
Uitgeverij Balans
9789460039287 (hardcover), 336 pagina’s
Verschijningsdatum: 22/11/2018

 

Handbal mee, met Ivo!

Ivo van den Driest (2005) prijkt op een promotieposter voor de handbalsport. De poster, die landelijk wordt verspreid, maakt deel uit van een campagne van het Nederlands Handbal Verbond (NHV) om nieuwe leden te werven.

De NHV heeft het succes van de Oranje Dames op het EK handbal in Frankrijk (derde plek!) aangegrepen om proeftrainingen te organiseren. Het promotiemateriaal is bedoeld voor handbalverenigingen om de proeftrainingen lokaal te promoten. De NHV hoopt op deze manier nieuwe kinderen kennis te laten maken met de handbalsport.

Ivo is, net als zijn oudere broers Thijs en Job, een verwoed handballer bij HV Quintus (zie Jaarbericht 2015, pp. 14-16). Als je naar de poster kijkt, is het geen wonder dat ze Ivo hebben uitgekozen: het enthousiasme spat ervan af!

 

 

Aernout van den Driessche woonde in Poppendamme!

Bestuurslid Anthon bekijkt met belangstelling de eerste bladzijde van de akte uit 1615.

Een akte uit 1615 onthult nieuwe informatie over onze oudste voorvader Aernout Mattheeusen van den Driessche. Genealoog Jan Caluwaerts vond de akte onlangs in het Rijksarchief in Brugge. Uit de akte wordt duidelijk dat Aernout in Poppendamme (vlakbij Grijpskerke) woonde en in 1615 nog altijd bezittingen had in zijn geboortedorp Snaaskerke in Vlaanderen.

Enthousiast
Secretaris Marcel is zeer enthousiast over deze vondst: “Het is ontroerend om in die akte al zijn directe familieleden te lezen, met wie we inmiddels zo bekend zijn: zijn vader Matheus (†), zijn vrouw Janneken Vermeere (†) en de kinderen Matheus, Jacquemijncken, Aernout en Jan – oudste dochter Maeijken is kennelijk jong overleden.”

Aernout reisde in 1615 naar Brugge met ‘aucthorisatie’ van zijn kinderen om een akte op te stellen over zijn bezittingen. Deze akte wordt op dit moment getranscribeerd. Binnenkort dus méér over deze tot de verbeelding sprekende vondst.

De eerste bladzijde van de akte uit het Brugse Vrije (1615), reeks 16220. Foto: Jan Caluwaerts

 

Marcel is helemaal wèg van Coosje

Marcel toont het kleurenportret van Coosje Busken tijdens de boekpresentatie in het Gemeentearchief in Vlissingen

Nee, zij is helemaal geen familie van hem, maar tòch heeft Marcel van den Driest (1967) zich meer dan drie jaar met haar beziggehouden: Coosje Busken uit Vlissingen. Zij leefde van 1759 tot 1841 en maakte als 13-jarige indruk door haar kennis van de klassieke talen. Eind 19de eeuw werd in Vlissingen een straat naar haar genoemd. Haar leven en nakomelingen zijn nu geboekstaafd in ‘Lieve eige Coosje’.

Als genealoog is Marcel in allerlei families geïnteresseerd. Het idee voor dit boek is gebaseerd op de parenteel van Michiel Adriaansz. de Ruyter. Een parenteel is een overzicht van alle nakomelingen van een ouderpaar. Zouden er niet van méér Vlissingers zo’n genealogie zijn op te stellen? Zo kwam hij uit op Coosje Busken, de hartsvriendin van schrijfster Betje Wolff.

In de Provinciale Zeeuwse Courant van maandag 26 november stond een artikel over het boek van de hand van Jan van Damme.

PZC, 26 november 2018