Jan van den Driessche (Drusius) en de Statenvertaling

Deze week verscheen een nieuwe vertaling van de Bijbel. De allereerste vertaling in het Nederlands is de Statenvertaling uit 1637. De uit Vlaanderen afkomstige hoogleraar Jan van den Driessche (1550-1616), alias Drusius, was betrokken bij de voorbereiding van die vertaling. Van hem is bekend dat hij als familiewapen voerde: in zilver, zes zwarte ronde gespen.

Drusius, afkomstig uit Oudenaarde, was hoogleraar in de oosterse talen in achtereenvolgens Oxford, Leiden en Franeker. Zowel Willem van Oranje als Marnix van Sint Aldegonde waren bekend met zijn werk en bewonderden hem. Toen Drusius inging op de uitnodiging van de universiteit van Franeker deed Willem van Oranje een vergeefse poging zijn vertrek uit Leiden te voorkomen. Hij drong er bij de Leidse curatoren op aan zijn salaris te verhogen.

‘Sieraad der Leidsche academie’
In het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek lezen we over Drusius: “Marnix probeerde Drusius een grote rol te geven bij de Statenvertaling, de eerste officiële Nederlandse vertaling van de Bijbel in opdracht van de Synode van Dordrecht. Voornamelijk door de bemoeiing van den gedeputeerde M. van Idzaerda werd Drusius in 1596 gekozen tot mederevisor van de bijbelvertaling, waarmede Marnix was belast; eene onderneming, die door verschillende oorzaken echter niet is voleindigd. 15 Dec. 1598 was Marnix gestorven. Van de bijbelvertaling was niet meer gereed dan het boek Genesis. Er was maar één man, zegt H.C. Rogge, die Marnix vervangen kon, namelijk Drusius. Ruim zeven jaren was hij een sieraad geweest der leidsche academie en prins Willem had het betreurd dat curatoren hem lieten vertrekken, toen hij op voordeelige voorwaarden werd uitgenoodigd naar Friesland over te komen. Marnix zelf had hem in 1594 geschreven: ‘Ik wenschte wel dat onze kerken op u zagen en u deze taak opdroegen, wat ik ook aan velen gezegd heb’. (P.J. Blok, P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek dl. 1 (1911) 753-757, ald. 754-755).

Printed by Paulus Aertsz. van Ravensteyn by order of the Dutch States-General – Nederlands Bijbel Genootschap, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2495912

In de Statenvertaling klinkt direct en indirect de stem van Drusius door. Vanaf 1600 schreef hij in opdracht van de Staten-Generaal toelichtingen bij de moeilijkste passages uit het Oude Testament. Bij de uiteindelijke bijbelvertaling, die duurde van 1616 tot 1635, waren zijn oud-studenten Wilhelmus Baudartius, Gerson Bucerus en Johannes Bogerman betrokken.

Zijspoor
Uiteindelijk belandde Drusius op een zijspoor. In zijn proefschrift De nieuwtestamentische commentaren van Johannes Drusius (Melissant 2006) schrijft Dr. P. Korteweg: “Drusius is een beoefenaar van zuiver filologische (taalkundige) exegese van de bijbel geweest, met volledig respect voor de tekst en zijn boodschap. Hij was overtuigd van het nut van deze benadering voor theologie en kerk.” Door deze ondogmatische opstelling laadde hij de verdenking op zich de gereformeerde leer aan te tasten.

Fragment van het geschilderd portret van Drusius uit 1606, met rechtsboven de familiewapens Van den Driessche en Goddaerts, het wapen van zijn tweede vrouw.

Drusius overleed in 1616. Hij was een tijdgenoot van onze voorvader Aernout Mattheeusen van den Driessche (± 1545-1620). Aernout stond, als lidmaat van de Nederduitsch-Hervormde gemeente in Grijpskerke in contact met mede-gemeentelid Claes de Cnock (net als Aernout afkomstig uit Snaeskercke) en Ds. Lodewijck d’Herde. Van D’Herde en De Cnock is bekend dat ze Balthazar de Moucheron kenden, die begin 17de eeuw eigenaar was van buitenplaats Munnikenhof in Grijpskerke. Deze uit Antwerpen afkomstige koopman, was reder en één van de belangrijkste grondleggers van Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). D’Herde was vóór zijn komst naar Grijpskerke de persoonlijk assistent van Marnix van Sint Aldegonde. Zo zie je, dat onze voorvader Aernout Mattheeusen één handdruk verwijderd was van sleutelfiguren uit de vaderlandse geschiedenis.

Een bruiloft in 1947 in beeld

Tegenwoordig is een videoreportage van een bruiloft heel gewoon. In 1947 was dat wel anders. Er zijn unieke beelden opgedoken van de bruiloft van Jan van den Driest (1923-1967) en Jannetje Maljaars (1921-2015) op 23 juli 1947 in Oostkapelle, de geboorteplaats van de bruid.
Met dank aan Marinus Vader voor het ter beschikking stellen van deze video.

Vanaf 0’36 zien we het bruidspaar, gevolgd door twee bruidsmeisjes. Daarna (0’52) zien we Adriaan van den Driest (1892-1970) en zijn vrouw Elizabeth de Wolff (1893-1979), de ouders van de bruidegom, geheel in het zwart.

Vanaf 1’19 zijn te zien Suzanna van den Driest, de zus van de bruidegom, en haar verloofde Jan Jacob Vader. Zij zouden het jaar daarop trouwen.

Hotel Britannia in Vlissingen: vroeger en nu

Het was jarenlang één van de gezichtsbepalende gebouwen aan de boulevard in Vlissingen: Hotel Britannia. Het hotel wordt, na jaren gesteggel, nu eindelijk herbouwd. We kregen al een idee hoe het eruit komt te zien.

Oudere familieleden weten nog wel hoe het oude hotel eruit zag. Een hotel vol grandeur en internationale aantrekkingskracht. Op de foto hieronder uit omstreeks 1931 staan Jan van den Driest en Maria Geertruida van den Driest-de Boo van Uijen met hun oudste zoon Jan op het Vlissingse strand voor het hotel.

Heeft u ook foto’s van familieleden bij, voor of in het hotel? Stuur ze op naar de familiestichting! Dan verzamelen we de foto’s hieronder.

Bekijk de kaart van Snaaskerke uit de tijd van Mattheeus

Dit jaar bleek uit onderzoek in het Rijksarchief in Brugge dat de familie Van den Driest afstamt van Mattheeus van den Driessche uit Snaaskerke in West-Vlaanderen. Hij overleed daar, in of kort voor 1576. Om een beeld te krijgen van de situatie in Snaaskerke en omgeving kunnen we de Heraldische kaart van het Brugse Vrije raadplegen, gemaakt door Pieter Pourbus in de jaren 1562-1571. Dat is dus uit de periode dat Mattheeus leefde.

Pieter Pourbus, Heraldische kaart van het Brugse Vrije (resterende deel uit oorspronkelijke kaart) (1571-) http://www.vlaamsekunstcollectie.be, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=24110224

Van de oorspronkelijke kaart is slechts een gedeelte bewaard gebleven. Een kopie van de hand van Pieter Claeissens, waarschijnlijk uit 1601, bevindt zich in het Stadsarchief in Brugge. Een facsimile-uitgave van de grote kaart is te vinden in het boek Het Brugse Vrije in beeld door Bart van der Herten (Leuven 1998). De kaart is het best leesbaar in de getekende versie van J. Petit, gepubliceerd in het midden van de negentiende eeuw. Deze Figuratieve kaart van het Brugse Vrije is te downloaden via de Beeldbank Kusterfgoed.

Pourbus / Petit, J., Figuratieve kaart van het Brugse Vrije, zich uitstrekkend tot over Nieuwpoort, Stadsarchief Oostende, Publiek domein.

Op de kaart is te zien dat Snaaskerke een kleine dorpsgemeenschap was. Er staan een kerk, een molen en een paar huizen afgebeeld.

Pourbus / Petit, J., Figuratieve kaart van het Brugse Vrije (detail).

Uit de akten van het wezerijregister van het Brugse Vrije is gebleken dat Mattheeus gronden bezat in Snaaskerke en omgeving. Zijn zoon Aernout Mattheeusen trok vóór 1591 naar het eiland Walcheren en vestigde zich in Poppendamme. Ook Niclaes de Cnock verliet zijn geboortedorp Snaaskerke. Evenals Aernout komt hij voor in de kerkelijke registers van Grijpskerke. Niclaes was getrouwd met Maeijken, mogelijk de zus van Aernout. Bij de doop van Aernouts dochter Jacquemijntgen (20 februari 1595) is Maeijken de huisvrouwe van Claes de Cnock getuige.

Aanwijzingen
In 1615 reisde Aernout naar Brugge om een akte op te stellen waarin zijn landerijen worden beschreven. In die akte staan allerlei aanwijzingen over de precieze locaties. Hopelijk kunnen we met behulp van deze gegevens én de bovenstaande kaart zijn bezittingen lokaliseren.

Broeder Van den Driessche bestreed de pest

Pieter van den Driessche

Portret van Pieter van den Driessche (1664), overste van het St.Juliaansgasthuis in Brugge van 1662 tot 1698. Foto: Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) Brugge.

De wereld is in de ban van het coronavirus. Zelfs met onze moderne technologie en kennis is het uiterst lastig om een pandemie de kop in te drukken. Ook in vroeger eeuwen werd de mensheid geconfronteerd met besmettelijke ziekten. Vaak stond men toentertijd nóg machtelozer. Zo brak in 1666 de pest uit in Brugge. Pieter van den Driessche werd aangesteld als ‘pestbestrijder’, een taak waarvan hij zich succesvol kweet.

Nauwgezet
Pieter werd door de stedelijke ‘Camere van Gesontheyt’ aangesteld als administratief hoofd van de pestbestrijding. Per dag en per huis noteerde hij nauwgezet het verloop van de besmetting en de daaraan verbonden kosten en inkomsten. In totaal eiste de pestepidemie in Brugge 1357 mensenlevens, onder wie 655 kinderen.

Of we familie zijn van Pieter van den Driessche en of hij een familiewapen voerde, weten we helaas niet.

Bronnen:
Jozef Geldhof, ‘De pestepidemie in Brugge 1665-1667’, in: Biekorf 75 (1974) 305-328.
Brugge in 100 objecten,
https://bruggein100objecten.wordpress.com/2017/08/04/pestis-brugana-van-thomas-montanus/

400ste sterfdag van Aernout van den Driessche (1)

Op 4 januari 1620 overleed Aernout Mattheeusen van den Driessche, de oudst bekende voorvader van de familie Van den Driest. Dat is precies 400 jaar geleden. In dit herdenkingsjaar zullen we in enkele afleveringen aandacht besteden aan zijn levensdata en proberen een beeld te schetsen van de omstandigheden waarin hij geleefd moet hebben. Als eerste deel van deze serie is hieronder een verslag te lezen van een bezoek dat ik op deze gedenkwaardige dag bracht aan Aernouts woonplaats Poppendamme en Grijpskerke.

Zaterdag 4 januari 2020
Het was misschien een dag zoals vandaag: helder, zacht en zonnig. Vierhonderd jaar geleden verwisselde op deze dag Aernout Mattheeusen van den Driessche het tijdelijke met het eeuwige. Ook in 1620 viel 4 januari op een zaterdag. Twee dagen later werd hij op het kerkhof van Grijpskerke ter aarde besteld.
Ik ben naar Poppendamme gereden, een buurtschap in het hart van het eiland Walcheren, de woonplaats van Aernout. Ik parkeer bij Hof Poppendamme aan de Poppendamseweg, een Restaurant en Beleefboerderij met speeltuin.

 

 

 

 

 

 

 

Op deze zaterdag is het gevuld met spelende kinderen, die met driewielers en karretjes heen en weer rijden. De inrichting is een allegaartje van houten stoelen en tafels, afgewisseld met enkele ‘broccante’ zitbanken, op één waarvan mijn vrouw en ik hebben plaatsgenomen. We bestellen koffie en appeltaart. Aan de muur hangen reproducties van schilderijen uit diverse stijlperioden.
De vraag die in je opkomt is natuurlijk: was dit vroeger het hof van Aernout? Ik weet niet of we daar ooit achter zullen komen. Poppendamme was in de zeventiende eeuw niet groter dan nu en zal bestaan hebben uit een aantal boerderijen die op de vingers van één hand zijn te tellen. In ieder geval zal elke vierkante meter van Poppendamme voor hem vertrouwde grond zijn geweest. Hier woonde hij, hier stichtte hij een gezin met zijn vrouw Janneken Vermeere.

Hun namen komen voor op de lidmatenlijst van Grijpskerke uit 1604. Kerkelijk behoorde Poppendamme namelijk tot de gemeente van Grijpskerke.[1] De kerk van Poppendamme had de beeldenstorm niet overleefd en was compleet verwoest. Op de lijst staat Janneken vermeld als huijsvrouw van Arnout van Driessche. Mogelijk zijn ze ook in Grijpskerke gehuwd. Vanaf 1591 kregen ze vijf kinderen. We weten zodoende dat het jaartal van vestiging in Poppendamme vóór 1591 ligt.

Kerkgang
Elke zondag legde het gezin Van den Driessche de weg van Poppendamme naar Grijpskerke af voor de wekelijkse kerkgang. Onderweg zagen ze het Munnikenhof liggen, de buitenplaats die destijds in bezit was van de Antwerpse koopman en reder Balthazar de Moucheron (1552-±1630). In of kort na 1605 verkocht hij Munnikenhof aan staatsman en dichter Jacob Cats (1577-1660). Van De Moucheron is bekend dat hij één van zijn kinderen in Grijpskerke heeft laten dopen. Mogelijk heeft Aernout de twee bewoners van Munnikenhof nog gezien of gesproken.

Gingen ze met een koets, zat Aernout op een paard of gingen ze te voet? Over de welstand waarin Aernout verkeerde zijn kort geleden meer gegevens opgedoken. Ook toen hij al in Poppendamme woonde, bezat hij land in zijn geboortedorp Snaaskerke. In 1615 reisde Aernout naar Brugge om daaromtrent een notariële akte op te laten stellen. Daaruit is af te leiden dat hij niet armlastig was. Was hij geletterd? Dat is niet bekend, maar wel waarschijnlijk. Hopelijk komt er ooit nog een akte tevoorschijn die door hem is ondertekend.

In de Nederduits Gereformeerde kerk heeft hij preken aangehoord van Ds. Lodewijck d’Herde,[2] die nog hofprediker was geweest van Filips van Marnix, heer van Sint Aldegonde. Op diens verzoek werd d’Herde in 1595 beroepen in West-Souburg.[3] Zijn opvolger in Grijpskerke was Ds. Joannes Paneel.

Snaaskerke
Over het leven van Aernout vóórdat hij op Walcheren kwam wonen, weten we niets. Alleen zijn geboorteplaats is bekend: Snaaskerke, enkele kilometers landinwaarts vanaf Oostende. Dit wordt in 1618 vermeld in het trouwboek van Grijpskerke bij de inschrijving van de ondertrouw met Maeijken Jans. Hij trouwde als weduwnaar van Snaeskercke. Janneken Vermeere was dus overleden. Het betekent níet dat hij als weduwnaar uit Snaaskerke is vertrokken. Bij trouwinschrijvingen werd altijd de geboorteplaats van de echtelieden vermeld.

Onbeantwoorde vragen
Zodoende weten we meer níet dan wel over het leven van Aernout. Zijn geboortedatum is onbekend en de namen van zijn ouders zijn niet zeker. Wanneer is hij vertrokken uit Snaaskerke en welke route heeft hij gevolgd naar Walcheren? Ook weten we niet hoe hij eruitzag. Gezien de gemiddelde lichaamslengte in die tijd zal hij niet langer zijn geweest dan 1,65 meter, maar welke kleding droeg hij? Had hij net zo’n Spaanse kraag als Balthazar de Moucheron?
Wat we wèl weten zetten we in dit herdenkingsjaar overzichtelijk op een rij. De onderwerpen die hierboven kort zijn aangestipt zullen het komende jaar stuk voor stuk nader worden uitgewerkt. Door te redeneren vanuit de beschikbare feiten kunnen we dingen reconstrueren en nieuwe onderzoeksvragen formuleren. Zo vergroten we hopelijk onze kennis over het leven van Aernout Mattheeusen van den Driessche.

Marcel van den Driest
4 januari 2020

Noten:
[1] “Netherlands, Zeeland Province, Church Records, 1527-1907,” images, FamilySearch (https://familysearch.org/ark:/61903/3:1:3QSQ-G9QJ-S2PY?cc=2036997&wc=MCLG-JNL%3A345031601%2C345176301%2C345178801 : 22 May 2014), Nederlands Hervormd > Grijpskerke > Dopen 1591-1730, 1734-1764, 1806-1884 Trouwen 1591-1763, 1806-1884 Lidmaten 1591-1730, 1735-1764 > image 348 of 452; Nederlands Rijksarchiefdienst, Den Haag (Netherlands National Archives, The Hague).
[2] Louis de Herde werd later vlootpredikant aan boord van een schip van Balthasar de Moucheron naar het West-Afrikaanse eiland Il Principe. Zie L.J. Joosse, Geloof in de Nieuwe Wereld: ontmoetingen met Afrikanen en Indianen (1600-1700) (Utrecht 2008) 151.
[3] F. Nagtglas, Levensberichten van Zeeuwen: zijnde een vervolg op P. de la Rue, Geletterd, staatkundig en heldhaftig Zeeland, Volume 3 (1893) 371; A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, dl. VIII, 1e Stuk (Haarlem 1867) 641; Verslagen omtrent ’s rijks oude Archieven, Volume 22 (1900) 57.

 

 

 

Drusius ‘hangt’ in Vlissingen

VLISSINGEN – Het portret uit 1606 van Prof. Joannes Drusius (Jan van den Driessche uit Oudenaarde) hangt tegenwoordig in Vlissingen! Dat wil zeggen: een geslaagde afdruk op canvas van een foto van het originele schilderij. Het is afgedrukt op 60×45 cm, bijna ‘op ware grootte’.

Rechtsboven op het portret is een afbeelding te zien van het familiewapen: in zilver zes zwarte ronde gespen. Zodoende is Drusius de oudste persoon van wie bekend is dat hij dit wapen voerde. Een verwantschap tussen hem en de familie Van den Driest is nog niet bekend.

Secretaris Marcel kocht er een bijpassende ‘baklijst’ bij en kan nu dagelijks genieten van Drusius in zijn studeerkamer. Voor wie belangstelling heeft ook zoiets te maken: neem contact op met de secretaris. Hij kan een digitaal fotobestand leveren dat geschikt is voor de canvasafdruk op deze grootte.

De familie De Cnock en de “qualicke vlucht”

Oude Ieperweg, Zedelgem. De locatie waar hof Vuylvoorde van de familie De Cnock heeft gestaan.

De families Van den Driessche en De Cnock zaten in het laatste kwart van de 16de eeuw in hetzelfde schuitje. Beide families bezaten gronden in West-Vlaanderen, onder meer in Snaaskerke, beide families hadden zwaar te lijden onder de ‘godsdienstberoerten’, die het gebied grotendeels onleefbaar maakten.

Geuzenbende
Voorvader Aernout van den Driessche trok de Schelde over en vestigde zich rond 1590 in Poppendamme. Adriaen de Cnock, afkomstig uit Zedelgem, vluchtte eerder al voor de geuzenbende (“de qualicke vlucht”) en week uit naar Brugge, waar hij in 1583 overleed. Hij is mogelijk familie van Cornelis en Niclaes de Cnock, die in Grijpskerke getuigen waren bij de doop van Van den Driessche’s in Grijpskerke.

DTB Grijpskerke, doopinschrijving van Maeyken 24 nov. 1591, dochter van Arnout Mattheeusen, ghet. Cornelis de Cnock, Maeijken de Cnock.

DTB Grijpskerke, doopinschrijving van Mattheus van den Driessche, getuige is Claes de Cnock

DTB Grijpskerke, Ondertrouwinschrijving 13 juli 1597: Niclaes de Cnock wedr. van Snaeskercke in Vlaenderen Leuntgen Pieters wed. van Serooskerke in Walcheren. ghet; Cornelis de Cnock, des bruijdegoms br. (in de kantlijn: ghetr. den 27sten Jul. te Middelb.)

In een stamboom op de website geneanet.org komt een Cornelis de Cnock voor, geboren omstreeks 1575, als zoon van bovengenoemde Adriaen en Cathelyne Buuck. Doopgetuigen Cornelis en Niclaes de Cnock moeten generatiegenoten van onze Aernout zijn geweest. Mogelijk waren zij broers van Adriaen.

Bekijk de stamboom De Cnock op geneanet.org, en lees meer over Adrianus De Knock.

 

 

Even een kijkje nemen in Poppendamme

POPPENDAMME – Nu we weten dat oudste voorvader Aernout aan het einde van de zestiende eeuw in Poppendamme woonde, krijgt dit buurtschap in het hart van het eiland Walcheren een heel andere betekenis.

De plaats is nu vooral bekend van de Imkerij en de Natuur- en speelboerderij Hof Poppendamme. Bij de boerderij aan de Poppendamseweg 5 werden in de jaren zeventig de oude resten gevonden van het Huys te Poppendamme, een kasteelachtig gebouw dat diende als zomerblijf van de abten van Middelburg. Het is in de beeldenstorm verwoest. Alleen het jachthuis bleef nog bestaan tot de sloop in 1978.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Het huis te Poppendamme is gelegen in een Ambogt meede Poppendamme genaemd, toekomende de Heeren van Grypskerke. Het is geheel geruineert, en, met het Geflacht van dien naem, vergaen.” (Bron: Willem te Water, Het Hoog-Adelyk en Adelryk Zeelant (1761)).

Vanaf 1660 liet Johan Huyssen, heer van Vossemeer (1630-1667) het Hof te Poppendamme aanleggen op de vermeende plek van de adellijke hofstede. Het hof bleef enkele generaties in bezit van de familie Huyssen: eerst van zoon Johan Hiëronymus Huyssen, vervolgens van kleindochter Margarita Huyssen, echtgenoot van Johan van Mauregnault. Maar dat is allemaal ná Aernouts tijd. Hij overleed in 1620.

Gravure van Huys en Hof te Poppendamme, uit De Cronyk van Zeeland van Mattheus Smallegange (1696).

Het is wel opvallend dat Aernout van den Driessche in 1617 trouwde met Maeijken Jans, de weduwe van Willem Janssen Huijsse, die ook in Poppendamme woonde. Aernouts zonen Mattheus en Aernout trouwden elk een dochter van Willem en Maeijken, Stevelijntje en Susanna. Zodoende waren de families Van den Driessche en Huijsse door drie huwelijken aan elkaar verbonden. Zou Willem Janssen Huijsse nog familie zijn geweest van de bewoners van Hof Poppendamme?

Wapen van Poppendamme, uit: Willem te Water, Hoogadelyk en Adelryk Zeelant (1761)

Wapen van de heerlijkheid Poppendamme (Public domain via Wikimedia Commons)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geraadpleegde bronnen:
Martin van den Broeke, ‘Het Pryeel van Zeeland’ (Hilversum 2016) 97-99.
Jaco Simons, ‘Groei en krimp. De bewoningsgeschiedenis van Hof Ravestein’, in: De Wete, jrg. 42, nr. 4 (2013) 23-30.
Mattheus Smallegange, Cronyk van Zeeland (1696).
Willem te Water, Het Hoog-Adelyk en Adelryk Zeelant (1761).
West-Europese Adel, https://www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I135978.php

Wat heeft Rembrandt met Drusius te maken?

Rembrandt en zijn vrouw Saskia Uylenburgh, afgebeeld op het schilderij De verloren zoon in een herberg, ca. 1635

Het is Rembrandtjaar! Op 4 oktober 2019 is het 350 jaar geleden dat de Nachtwacht-schilder overleed. Door het tv-programma Six over Rembrandt werd ik erbij bepaald dat onze oudste wapenvoerder Johannes van den Driessche (Drusius) méér met Rembrandt te maken had dan je zou denken.

Franeker
Drusius was professor aan de Universiteit van Franeker. Die universiteit was er gekomen mede dankzij de inspanningen van Rombertus Uylenburgh, burgemeester van Leeuwarden, en de latere schoonvader van Rembrandt. De schilder trouwde in 1634 in Friesland met Rombertus’ dochter Saskia (1612-1642).

Aan de stok
Drusius overleed in 1616. Een jongere collega-professor, de Poolse theoloog Makowsky (Maccovius) sprak een lijkrede uit. Helaas is die tekst niet bewaard gebleven, omdat een ‘zeker iemand’ dit verhinderde. Deze ‘zeker iemand’ was Prof. Lubbertus die het regelmatig aan de stok had met Drusius en Maccovius. Tegen de achtergrond van de strijd tussen Arminianen en Gomaristen vond er een verhit debat plaats waarbij flink op de man werd gespeeld. Maccovius trouwde in 1626 met Antje Uylenburgh, een zus van Saskia en werd zo de zwager van Rembrandt.

Jan van den Driessche (Drusius) (1550-1616)

Jan Makowsky (Maccovius) (1588-1644)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schoonvader en zwager
Vóór zijn Franeker periode was Drusius professor in Leiden, de geboortestad van Rembrandt, maar toen was Rembrandt nog niet geboren, en hij was nog geen 10 jaar oud toen Drusius overleed. We kunnen dus concluderen dat Drusius en Rembrandt elkaar weliswaar nooit hebben ontmoet, maar dat Drusius wél bekend was met de schoonvader en met de zwager van Rembrandt.

Universiteit van Franeker

Portretten
Van alle professoren van de Universiteit van Franeker zijn geschilderde portretten bewaard gebleven. Op het portret van Drusius prijkt rechtsboven zijn familiewapen: in zilver, zes zwarte ronde gespen. Een verwantschap tussen hem en de familie Van den Driest is (nog?) niet aangetoond.

Kijk de aflevering van Hier zijn de Van Rossems terug, waarbij de broers en zus een bezoek brengen aan Franeker. Maarten van Rossem staat voor de portrettengalerij in Museum Martena.

 

 

Bronnen:
P.J. Blok, P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, deel 1 (1911) 753-757.
Ben Broos, Saskia, de vrouw van Rembrandt (Zwolle 2012).