Heraldiek

In het register van familiewapens van het Centraal Bureau voor Genealogie is ingeschreven het wapen van het geslacht Van den Driest.

Beschrijving:
In zilver zes zwarte ronde gespen (3, 2, 1). Helmteken: een gesp van het schild tussen een vlucht van zwart en zilver. Dekkleden: zwart, gevoerd van zilver.
Oudst bekende wapenvoerder is Dr. Jan van den Driessche (Johannes Drusius), geb. Oudenaarde 28 juni 1550, overleden Franeker 12 februari 1616, hoogleraar Oosterse talen in achtereenvolgens Oxford, Leiden en Franeker, zoon van Clemens van den Driessche en Elisabeth Decker (s’Deckers) zoals blijkt uit zijn geschilderd portret uit 1606 (coll. Museum Martena, Franeker). Verwantschap van hem met het geslacht Van den Driest is niet aangetoond.

Het oudst bekende familielid dat dit wapen voerde was Cornelis van den Driessen, deken van het Rouwmeestersgilde in 1786, overleden Middelburg 22 april 1790, zoon van Jan van den Driesse(n) en Anna Gerbrandus (coll. Steenkamp/Damstra, coll. Muschart; wapenreg. CBG in Jaarboek 1972, blz. 226, als 2e en 3e kwartier van het gevierendeelde wapen Van den Driessen Mareeuw). Deze wapenvoerder is een achterneef van Willem van den Driest, voorvader van de aanvrager. Geregistreerd op verzoek van Marcel Anthonis van den Driest, geboren Vlissingen 1 februari 1967, wonende Oost-Souburg, zoon van Anthonis Rudolf van den Driest en Hilda Jeannette Boon. Aanvrager stamt af van Aernout Mattheeusen van den Dries(s)che, van Snaeskercke (België), overleden Grijpskerke 4 januari 1620, en Janneken Vermeere.

De laatste vrouwelijke nakomeling van wapenvoerder Cornelis van den Driessen, Anna Petronella van den Driessen (Middelburg 1771-1837), trouwde met Jacobus Wilhelmus Mareeuw. Hun zoon Jacobus Mareeuw (1797-1837) wijzigde zijn achternaam in Van den Driessen Mareeuw. Deze zogenaamde naamsvermeerdering werd vaak toegepast in de gegoede burgerlijke kringen van de 19e eeuw. De wapens van de families Mareeuw en Van den Driessen werden in 1971 gecombineerd tot het wapen Van den Driessen Mareeuw en geregistreerd bij het Centraal Bureau voor Genealogie door Adriaan Willem Anton van den Driessen Mareeuw (CBG, Wapenregister, Nr. 6.9.5962)

Over familiewapens bestaan veel misverstanden. Bijvoorbeeld: als je een familiewapen hebt, ben je van adel. Of: een familiewapen moet verleend worden door een vorst of andere autoriteit. Of: iedereen heeft een familiewapen. Je zoekt gewoon je achternaam op in een heraldisch naslagwerk. Tijdens het genealogisch onderzoek kwamen we in contact met veel familieleden. Enkele van hen bleken al op de hoogte te zijn van het bestaan van een familiewapen Van den Driesche. Algemeen ging men ervan uit dat dit wapen op onze familie betrekking had. In de heraldiek dient men hier zorgvuldig te werk te gaan. Iedereen is vrij een wapen te voeren, maar het is van groot belang dat dit wapen niet reeds door een andere familie wordt gevoerd. Familiewapens dienen van oudsher immers om families van elkaar te onderscheiden.

Zonder in details te treden over de regels van de heraldiek, beperken we ons hier tot de opmerking dat er recht op het voeren van een oud familiewapen kan bestaan als men in mannelijke lijn verwant is met de (eerste) wapenvoerder, tenzij die wapenvoerder de kring van rechthebbenden heeft beperkt. In de strengste opvatting hebben alleen de nakomelingen in mannelijke lijn recht om het familiewapen in ongewijzigde vorm te voeren. In ons geval bestaan er van de gevonden wapenvoerder Cornelis van den Driessen geen mannelijke nakomelingen meer. Wel is de familie Van den Driest in mannelijke lijn aan hem verwant. Omdat het niet bekend is of de wapenvoerder de kring van rechthebbenden heeft beperkt, mogen wij het wapen voeren.

is ons familiewapen wel echt?
Met enige regelmaat verschijnen er berichten in de media over malafide aanbieders van familiewapens. Soms worden er genealogische pakketten te koop aangeboden met informatie, die, zo luidt het begeleidend schrijven, ‘mogelijk ook voor u interessant kan zijn’. In werkelijkheid bestaat het pakket uit een lijst met vervalste genealogische gegevens, een adressenlijst die overgenomen is uit het telefoonboek en een familiewapen van twijfelachtige heraldische kwaliteit, waaronder volkomen ten onrechte de familienaam van de geadresseerde is gezet. Moet de familie Van den Driest zich nu ook zorgen maken over de echtheid van het familiewapen? Daarover kunnen we kort zijn: nee. Ons familiewapen voldoet namelijk aan een aantal voorwaarden waardoor aan de echtheid niet getwijfeld hoeft te worden.

1. Ons familiewapen steunt op grondig genealogisch onderzoek.  Om te bepalen welk wapen bij welke familie hoort, moet men eerst een zo compleet mogelijke stamboom opstellen.
2. Het familiewapen is in de 18e eeuw door iemand uit onze stamboom gevoerd: Cornelis van den Driessen (1736-1790). Deze persoon is in mannelijke lijn verwant aan de familie Van den Driest. Daarom mogen wij het wapen voeren.
3. Het familiewapen is opgenomen in het register van familiewapens van het Centraal Bureau voor Genealogie. De genealogische connectie met de wapenvoerder is hierdoor gecontroleerd en het wapen is getoetst aan de regels van de heraldiek. Er bestaan namelijk strenge regels voor kleurgebruik en uitvoering van het wapen.
4. Het wapen is geschilderd door erkend heraldisch kunstenaar Cor Böhms. Zijn initialen heeft hij op de schildering aangebracht.

Dit alles betekent niet dat er helemaal geen vragen meer bestaan over ons wapen. De belangrijkste kwestie blijft de oorsprong van het wapen. De wapenvoerder komt uit de 18e eeuw, maar het schild wordt al vermeld in 1567 (‘In den Boomgaert der Wapenen’, Jan Lautte).

Dat betekent dat Cornelis van den Driessen zeker niet de eerste wapenvoerder is geweest. Het zou kunnen dat hij het wapen is gaan voeren, terwijl het oorspronkelijk aan een andere (uitgestorven?) familie heeft toebehoord. Dat is op zich niet verontrustend. Als een familiewapen meer dan 100 jaar in de familie wordt gevoerd, is er sprake van een nieuwe traditie. Dat is voldoende om tot registratie van het wapen te kunnen overgaan.

Ook in het onderzoek dat Jan Caluwaerts voor ons verricht, blijft de heraldiek een punt van aandacht. Zo zijn er inmiddels drie vondsten van familiewapen Van (den) Driessche die het onderzoeken waard zijn: een wapen met zes vierkante gespen van zilver op een zwart schild van Elisabeth van Driessche uit Gent († 1517), het familiewapen Du Trieu (dat is de Franstalige versie van Van den Driessche) met daarop stijgbeugels in plaats van gespen, en een wapen van Hildewaert Van Driessche uit Hamme die reeds in de 14e eeuw het wapen met de zes gespen voerde, vergezeld van een hartschild (epitaaf in de Sint-Baafskathedraal in Gent, in de bunker achter het schilderij De Aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck).